Ernst Blömer over zijn deelname aan de Intensieve Trauma Behandeling en over de psycholance

Door Anne Helmus

Ernst Blömer, gedifferentieerd verpleegkundige, vertelt in dit artikel over zijn deelname als verpleegkundige aan de Intensieve Trauma Behandeling en over zijn ervaring op de psycholance. Zijn vaste stek is de poli in Winschoten.

Even zoeken. Gelukkig, daar zie ik Ernst al staan midden op het lommerrijke laantje. Even later zitten we gezellig op het gazon achter de cheesecake, met koffie. Ernst was voor mijn komst in de tuin bezig. De partner van Ernst gaat verder met tuinieren, ze had al vroeg een duik genomen in het nabijgelegen water. Brrrr. De dag ervoor waren Ernst en ik elkaar tegen­gekomen op een verjaardagsfeestje van gezamenlijke vrienden. We raakten aan de praat over het werk dat Ernst doet in het kader van de Intensieve Trauma Behandeling.

In de tuin waar het zonnetje schijnt zetten we ons gesprek van de vorige dag voort. ‘Het is eigenlijk begonnen doordat psycholoog Wieke van de Wal opmerkte dat er veel mensen met trauma’s op de wachtlijst stonden. Ook constateerde ze dat er bij veel cliënten die al langer in zorg waren sprake was van trauma-gerelateerde problematiek. Het zou wel even kunnen duren voordat ze dit allemaal kon wegwerken. Om meer mensen op korte termijn te kunnen helpen werd het plan opgevat om een traumabehandeling op te zetten om de gesignaleerde problematiek optimaal te kunnen behandelen. Omdat het moeilijk was en is om hier in deze streek voldoende psychologen aan te trekken zijn we met de aanwezige psycholoog en een aantal verpleegkundigen, een systeemtherapeut en een PMT-er aan de slag gegaan.’ Supervisie en een opleiding voor dit werk werd verzorgd door de GGZ-organisatie Altrecht uit Utrecht. Ook werken er psychologen digitaal mee aan dit programma, zoals EMDR -therapeuten. Hoe ziet het programma eruit ‘De behandeling duurt zes weken. Tijdens deze periode vinden er per week twee sessies EMDR via beeldbellen plaats en twee exposure sessies. De exposure therapeuten rouleren: twee sessies met de ene cliënt en de week erna een andere et cetera. We kunnen beschikken over zes exposure therapeuten: vier verpleegkundigen, een systeemtherapeut en een PMT-er, allemaal doen ze hetzelfde exposure werk.’

Over leven met een trauma Na het meemaken van traumatische ervaringen kunnen mensen angstklachten krijgen. Een deel van deze mensen ontwikkelt een posttraumatische stressstoornis (PTSS). Mensen met een PTSS hebben last van herbelevingen in de vorm van flashbacks en/of nachtmerries. Ze willen liever niet meer aan de traumatische ervaring denken. Daarnaast gaan ze situaties, die hen aan de traumatische ervaringen doen denken, uit de weg. Ook zijn mensen met een PTSS vaak waakzaam en schrikachtig. Soms horen mensen met een PTSS van hun omgeving dat ze het verleden ‘achter zich moeten laten’ en ‘door moeten gaan met hun leven’. Maar het proberen weg te drukken van de herinneringen zorgt er juist voor dat de traumatische ervaringen niet verwerkt worden en dat ze last blijven houden van de klachten. (Uit: ITB Poli Intensieve Trauma Behandeling) Ernst vult aan: ‘Ook zijn er cliënten die psychosegevoelig zijn en ook een ernstig trauma hebben. De gangbare benadering is er veelal op gericht om het niet over het trauma te hebben vanuit de angst dat de cliënt weer psychotisch wordt als dit onderwerp wordt aangesneden. Platweg gezegd: je blijft pappen en nathouden en het gedrag dat gericht is op vermijding blijft bestaan. Zo zijn er veel cliënten met onbehandelde trauma’s. Het eventuele trauma kan de diagnostiek ook behoorlijk vertroebelen. Om een duidelijk beeld van de problematiek te krijgen is het van belang om eerst het trauma te behandelen. Daarna kun je bijvoorbeeld cognitieve therapie aanbieden.’ Hoe werkt de Intensieve Trauma Behandeling (ITB) Ernst: ‘De nadruk ligt op het aangaan van de herinneringen aan de traumatische ervaring en het aangaan van situaties die worden vermeden omdat ze herinneringen aan traumatische ervaringen oproepen. We beginnen met de cliënt het verhaal van zijn traumatische ervaring te laten vertellen. Het gaat hierbij om de meest moeilijke herinnering.’

Alles met als doel om angsten te overwinnen

Blootstellen aan datgene waar je bang voor bent ‘De ITB is een exposure behandeling. Exposure betekent letterlijk blootstelling. Je stelt je bloot aan datgene waar je het meest bang voor bent. In het geval van de cliënten met PTSS zijn dat herinneringen aan de traumatische gebeurtenis. Als de cliënt zijn verhaal met gesloten ogen vertelt, kan de angst behoorlijk oplopen. We noemen dit angstmaximalisatie. Belangrijk hierbij is het onderzoeken van angstige verwachtingen. Mensen met een trauma zijn bang voor de gevolgen als ze stilstaan bij de herinneringen aan traumatische gebeurtenissen. Hun leven en gedrag staat vaak in het teken van het vermijden van die situaties of plaatsen waar ze zijn getraumatiseerd. Ze zijn bang om de controle te verliezen en angstig dat de rampspoed zich opnieuw zal voltrekken. Als het rampscenario uitblijft als er in de sessies bij stil wordt gestaan, kan de angst uiteindelijk afnemen.’ Opnieuw beleven ‘Om de cliënt te helpen om zich situaties te herinneren proberen we tijdens de sessie spullen, filmpjes, geluidsfragmenten en geuren in te zetten om het trauma opnieuw te beleven en de herinnering te verhevigen. Dit alles met als doel om angsten te overwinnen in plaats ze te vermijden. Zo heb ik een aantal geluidsfragmenten opgezocht van hijgende mensen. Daders blijken vaak te hijgen tijdens verkrachting of misbruik. Ook heb ik een keer vanwege de situatie een sessie op een toilet gedaan om een situatie na te bootsen. Alle zintuigen worden geprikkeld. De exposure wordt goed met de cliënt voorbereid, ik doe voordat we beginnen een voorstel hoe we de zaak aan gaan pakken. Soms wel een beetje directief maar nooit dwingend.’ Belastend? ‘Je hoort dikwijls gruwelijke verhalen. Daarom zijn supervisie en overleg belangrijk. Er worden opnames van de sessies gemaakt en die worden met elkaar besproken. We hebben de gewoonte om door te vragen uit zorg voor elkaar. En ja, ik denk er ‘s nachts nog wel eens aan, maar over het algemeen kan ik er goed mee omgaan.’ ‘We werken tegenwoordig roulerend met verschillende cliënten. Als je steeds met dezelfde cliënt werkt krijg je misschien te veel een band en loop je de kans mee te gaan in de vermijding.’ Ik ben heel enthousiast over deelname aan dit programma. Het is een heel andere benadering. Je kunt echt iets betekenen voor de mensen. Belangrijk is om je te realiseren dat je mensen die deze behandeling ondergaan hun trauma afneemt. Dit is wel vaak onderdeel van hun identiteit. We boeken goede resultaten. Ik krijg er soms kippenvel van als je na een geslaagde behandeling ziet dat de klachten van de cliënt duidelijk verminderen. Overleven wordt weer leven.’ ‘In de nieuwe opzet waarmee we na de vakantie beginnen zullen we onder andere meer aandacht schenken aan psycho-educatie. Met als doel meer zicht te krijgen op en leren te begrijpen hoe trauma’s ontstaan en zicht te krijgen op de gevolgen, dat kan helpend werken.’

Werken op de psycholance Naast zijn werk op de traumabehandeling is Ernst op vrijdag te vinden op de psycholance. De psycholance is prikkelarm ingericht en het team bestaat uit een chauffeur en een ggz-verpleegkundige. Op een passende wijze worden mensen met verward gedrag sneller bij de juiste instantie gebracht. Hierdoor komen zij bijvoorbeeld rustiger binnen bij een instelling en dat is bevorderlijk voor hun geestelijke gezondheid.  ‘Voordat ik op de psycholance begin trek ik een pak aan dat ook wel door ambulance medewerkers wordt gedragen, inclusief de schoenen verstevigd met stalen neuzen. Vaak is het zo dat we mensen naar een instelling brengen of het vervoer tussen instellingen verzorgen. Mensen met verward gedrag halen we op de afgesproken plek op in samenwerking met huisarts en de politie. Soms best spannend. Een paar keer heb ik kinderen, in de praktijk gaat het om tieners, uit huis moeten halen om naar een instelling voor jeugdzorg te brengen. Dat is niet gemakkelijk want ze halen alles uit de kast om thuis te mogen blijven, terwijl ouders, ten einde raad, wel voor de uithuisplaatsing zijn. Gelukkig worden we niet vaak ingeschakeld voor dit soort situaties.’