Op bezoek bij de Centrale Cliëntenraad

Na een vergadering van de Centrale Cliëntenraad in het hoofdgebouw te Zuidlaren schuif ik aan om de verschillende raadsleden te interviewen.

Door Anne Helmus

Douwe

Joanie

Monique

Bert

Lina

De Centrale Cliëntenraad (CCR) behartigt de belangen van cliënten van de ggz-onderdelen van Lentis. Zij kunnen vertellen hoe het bevalt, ze kunnen erover oordelen, er een mening over hebben en mee­praten over hoe die zorg (ook voor nieuwe cliënten) kan verbeteren. Die ‘cliënt­des­kundig­heid’ zetten ze in voor en namens cliënten bij allerlei inspraak­activiteiten. Naast de CCR zijn er ook cliëntenraden en cliënten­deel­raden voor Lentis Volwassenenpsychiatrie, Jonx en Forint en per locatie commissies. Deze raden worden weer ver­tegen­woordigt in de CCR. Totaal zijn er ongeveer 58 leden.

Veel zaken gaan goed in de zorg. Toch gaan er ook wel eens dingen behoorlijk mis. Monique, raadslid van de CCR, vertelt dat toen ze opgenomen was op de opnameafdeling in Winschoten, op woensdag te horen kreeg dat de afdeling op zaterdag werd gesloten en dat ze naar de opnameafdeling van Groningen zou worden overgeplaatst. Ze heeft dit als heel vervelend ervaren. Ze voelde zich kwetsbaar en werd gedwongen om een voor haar veilige situatie te verlaten. Ook was er in Groningen duidelijk minder privacy en moesten sanitaire voor­zieningen met te veel mensen worden gedeeld. Lentis maakt een transitie door, wat krijgen de cliënten daarvan mee? Douwe van Oosten is als enige lid van de CCR geen (ex) patiënt. Hij is een zogenaamd lid van buiten. Douwe is nieuw in de raad maar voelt zich al helemaal thuis in de club. Bestuurlijke ervaring heeft hij opgedaan als raads­lid voor de Christen Unie. Naar aanleiding van de transitie waar Lentis momenteel middenin zit vertelt hij vanuit zijn ervaring in de gemeente­politiek dat gemeenten ook een soortgelijk proces hadden mee­gemaakt, namelijk de herinrichting van het sociale domein. Het gevolg was dat er met minder budget meer taken moesten worden uitgevoerd. Hans Steinebach, voorzitter van de Centrale Cliëntenraad vult aan: ‘In de transitie van Lentis gaat het vooral over hoe het personeel het een en ander gaat invullen en hoe ambities verwezenlijkt moeten worden. Cliënten krijgen naar mijn idee nauwelijks iets mee van wat er gaande is en ik heb het idee sommige personeelsleden ook niet.’

Roelien vertegenwoordigt in de CCR de Ouderenpsychiatrie. Wat maakt deelname aan de raad voor jou interessant? ‘Ik vind het leuk om met verschillende mensen in de raad te zitten en met aandacht voor elkaar over verschillende onderwerpen te praten. Het is een gezellige club. Ook heb ik geleerd gebruik te maken van mijn sterke punten. Bijvoorbeeld: doordat ik altijd de notulen maak, kan ik me meestal goed herinneren wat er besproken is tijdens een vergadering van een poosje geleden. Daar kan de cliëntenraad zijn voordeel mee doen.’ Men knikt instemmend. ‘Ik heb een goed taalgevoel en probeer zelf heldere en duidelijke notulen te schrijven. De stukken die we bijvoorbeeld van de Raad van Bestuur te lezen krijgen, zijn vaak in ambtelijke taal geschreven. Die taal van de Raad van Bestuur vind ik niet meer dan een zes en een half waard. We hebben wel eens gevraagd om in een bijlage het belangrijkste uit de stukken samen te vatten. Dat doen ze dan een paar keer en dan houdt het weer op.’ Hoe lossen jullie onderlinge onenigheid op? Tineke: Over het algemeen kunnen we goed met elkaar opschieten. We hebben begrip voor elkaar en werken onder leiding van een goede voorzitter, die zijn best doet om de goede sfeer te bevorderen. We moedigen elkaar aan en hebben oog voor de sterke punten van de ander. Er is weinig onenigheid. We willen de harmonie bewaren. We beginnen altijd met een rondje waarin iedereen vertelt hoe het met hem of haar gaat. Nieuwe leden doen een soort sollicitatiegesprek en komen eerst een paar keer op proef voordat ze definitief worden toegelaten. Ook wordt het functioneren van de raad om de zoveel tijd geëvalueerd om erachter te komen wat beter kan. Wat ik verder nog even kwijt wil is dat er binnen Lentis heel weinig gebruik wordt gemaakt van ervaringsdeskundigen. In West-Europa staan we op plek 1000.’

Hoe ziet de ideale ggz/Lentis eruit, wat jullie betreft? Maud: ‘Maatwerk vind ik belangrijk. Er moet meer oog zijn voor de cliënt. De instelling moet gastvrij zijn en niet iedereen op dezelfde manier behandelen. Zelf heb ik de ervaring dat men mij in een hokje wilde plaatsen. Men zei dat de aan mij voorgestelde behandeling voor de meeste mensen goed werkt. Ik was het daar niet mee eens en voelde me niet gezien en werd door de begeleiding als lastig ervaren. Naar mijn idee krijg je in het huidige systeem onvoldoende tijd en ruimte om aan je problemen te werken. Ik heb het idee dat men je zo kort mogelijk wil behandelen. Dat is vast goed voor de statistiek waarin efficiency wordt gemeten.’ Hans vult aan: ‘We zijn voorstanders van herstel ondersteunende zorg. Samenwerking tussen cliënt en behandelaar vinden we hierbij een belangrijke voorwaarde. Herstel ondersteunende zorg omvat niet alleen persoonlijk en maatschappelijk herstel, maar gaat ook om het creëren van voorwaarden voor herstel. De zorg is geen machinefabriek. We missen een zweem van liefde en zorg op basis van gelijkwaardigheid.’ De ideale ggz volgens Monique Net als de andere leden van de raad heeft Monique veel geleerd van de bijscholing die ze onlangs gezamenlijk volgden. ‘In mijn ideale ggz worden cliënten prinselijk verzorgd om zich koninklijk te voelen en zijn er kortere wachtlijsten, genoeg behandelaars en worden wij als raadsleden eerder betrokken bij beleidsontwikkelingen.’ Hans: ‘Om de wachtlijsten in te perken zijn we voor het instellen van een zogenaamd respijthuis waar niet te zwaar op psychiatrie wordt ingezet. Opname in een dergelijke instelling zou vooraf kunnen gaan aan een reguliere opname in een ggz-instelling of opname overbodig maken. Nu is de zorg heel erg verschillend per regio.’

Joanie vertegenwoordigt de zorggroep Jonx Hoe hebben jullie contact met de achterban? Krijgen jullie mee wat er bij hen leeft? Joanie: ‘Via de raad van Jonx kom ik in contact met cliënten. Ook via het social media platform Tapster, wat we mogelijk gaan gebruiken bij alle raden. We zitten nu nog in een testfase. Via dit medium kunnen raadsleden, en in de toekomst ook cliënten, met elkaar communiceren. Bij andere instellingen werkt het al goed. Wat ik van cliënten hoor is dat er steeds minder hulp beschikbaar is. De hulpvragen stapelen zich op. Veel zorg is wegbezuinigd. Ouders moeten al gauw dertig minuten rijden om bij de hulpverlener te komen. Ik heb het geluk dat ik liefhebbende ouders heb die me indertijd op de plek brachten waar hulp werd geboden.’ Lina, vicevoorzitter van de CCR Wat vind je slecht en wat gaat goed? ‘Als mensen ’s nachts in crisis raken worden ze door de crisisdienst wel eens afgescheept. Dat vind ik geen goede bejegening. Dat zou anders moeten. Wat goed gaat is dat we bij beleidsveranderingen in de zorg er in een vroeg stadium bij worden betrokken. Van het begin tot het einde worden we in dit proces meegenomen.’ Tot slot Annika, secretaris van de CCR In het begin van dit artikel vertelde Monique over de plotselinge over­plaatsing van patiënten van Winschoten naar de kliniek in Groningen. Annika vertelt hoe de Raad hierop heeft gereageerd: ‘Als antwoord op de adviesaanvraag van de Raad van Bestuur hebben we aangekaart dat onder andere de sanitaire voorzieningen in de kliniek ver onder de maat zijn. Vervolgens is er, door de Raad van Bestuur, een werkgroep in het leven geroepen om alle knelpunten op de afdeling te inventariseren. Er is een architect in de arm genomen om, samen met de afdeling Vastgoed, een helder plan te maken. Hier zijn wij als cliëntenraad ook nauw bij betrokken geweest. Inmiddels ligt er een voorstel om de leefbaarheid van de afdeling te vergroten.’ Mooi zo!

Zijn jullie tevreden over de communicatie met de Raad van Bestuur? Hans: We vergaderen regelmatig met de Raad van Bestuur. We voelen ons gehoord, gezien en serieus genomen. Veel contacten lopen via de secretaris van de Raad van Bestuur Hans Hartman. De samenwerking met hem is heel goed. Wat ons wel opvalt is dat de Raad van Bestuur ook niet altijd even goed weet wat er speelt op de verschillende afdelingen en dat de onmacht om dingen te veranderen af en toe voelbaar is.’ De dag na dit interview zal er weer een bijeenkomst zijn van de Centrale Cliëntenraad en Raad van Bestuur. Het betreft een informele bijeenkomst. ‘Met de benen op tafel met bitterballen en chips en ook nog taart.’ Het leuke aan dit gezellig samenzijn is dat er zo aan visievorming gedaan kan worden zonder een strakke vergaderstructuur met taaie stukken.

Maud

Hans

Roelien

Annika