Door Minke Haveman

Onderzoek naar seksualiteit bij ouderen met dementie moet behoeften en gedrag in kaart brengen

Zeljka Kresojevic (33), GZ-psycholoog i.o. tot klinisch neuropsycholoog, werkt al tien jaar in de ouderenzorg. En in die tien jaar viel het haar op dat er niet standaard aandacht is voor de behoefte aan seksualiteit bij ouderen met dementie. Wat haar betreft komt daar op korte termijn verandering in. Met haar onderzoek naar seksualiteit bij ouderen met dementie wil Zeljka Kresojevic niet alleen in kaart brengen welke behoeften er bij hen leven, maar ook hoe deze behoeften vervolgens worden geuit en opgevangen door de mensen die deze persoon verzorgen en begeleiden. Kresojevic: ‘Vaak denken we dat dementie de behoefte aan seksualiteit remt, maar dat is niet het geval. Het krijgt alleen vaak wel een andere verschijningsvorm. Snappen hoe dit samenhangt, kan ons helpen deze behoeften beter tegemoet te treden.’

Contactgegevens Zeljka Kresojevic 06 – 53 53 94 82 z.kresojevic@lentis.nl

Taboes doorbreken voor betere zorg Dat het een onderzoek naar seksualiteit betreft, zorgt niet zelden voor gefronste wenkbrauwen of aarzeling. Onterecht, vindt Kresojevic: ‘Om een goed onderzoek te kunnen doen, moet ik een kader aanbrengen voor wat betreft hetgeen ik wil onderzoeken. Seksualiteit wordt hierin gebruikt naar de definitie van de WHO en die is heel breed. Intimiteit valt er dus met nadruk ook onder, denk aan handen vasthouden, knuffelen of samen slapen. Maar ook bijvoorbeeld masturbatie. Ik heb er natuurlijk alle begrip voor dat mensen dit spannend kunnen vinden, maar ik hoop echt dat we het taboe hierop steeds meer kunnen verzachten, want dat komt uiteindelijk de zorg ten goede. Aandacht voor dit thema past uiteindelijk ook perfect bij de visie van Dignis aangaande belevingsgerichte zorg. Dat gaat immers over alles wat iemand is en heeft meegemaakt. Daar hoort dit ook bij.’ Samen slapen in een koppelbed Toen Kresojevic tien jaar geleden startte met werken voor Dignis, observeerde ze vaak hoe behoefte aan seksualiteit bij bewoners eigenlijk niet een adequate respons kreeg. ‘Soms zag ik gedragingen die werden gelabeld als ontremd, terwijl er wel degelijk een heel legitieme behoefte aan intimiteit achter schuil ging. En daar wordt het natuurlijk ook precair, want grensoverschrijdend gedrag tolereren we uiteraard niet en daar moeten we absoluut heel secuur in zijn. Maar voor grensoverschrijdend gedrag hebben we protocollen en gedragsaanwijzingen, voor het inspelen op behoeften is dat er eigenlijk niet. Organisaties zouden pro-actiever kunnen zijn daarin.’ Dat inspelen op de behoefte aan seksualiteit kan op allerlei manieren, vindt Kresojevic. ‘Door het gesprek hierover aan te gaan, kom je meer te weten over deze behoeften. En dan kun je bijvoorbeeld voorstellen dat een partner een keer een nachtje komt slapen in een koppelbed. Of dat de partner een keer helpt bij het douchen, het inzepen van een rug kan ook heel erg prettig en intiem zijn. Anders kijken naar privacy kan ook helpen, bijvoorbeeld als het gaat om masturbatie. Het is voor niemand prettig om binnen te lopen als iemand masturbeert, we moeten dat niet afdoen als hinderlijk, maar juist kijken naar hoe we dan in die behoefte kunnen voorzien, bijvoorbeeld door niet ten alle tijden binnen te willen lopen zonder kloppen. We moeten dit echt met z’n allen bespreken vind ik.’

Vragen, luisteren en samen oppakken Zelf vraagt ze actief naar seksuele behoeften van cliënten. Ook als het ongemakkelijk is. ‘Vragenlijsten bevatten ook wel een vraag over seksualiteit, maar ik zie dat mensen dit vaak overslaan. Dus neem ik het mee in de intake. Vaak leid ik dat in met de opmerking dat het vast een beetje gek is om de vraag te krijgen, omdat ik wel een kleindochter zou kunnen zijn. Mensen vinden het soms inderdaad ongemakkelijk, maar soms ook juist heel prettig dat het wordt gevraagd. Ik vind niet dat we er klakkeloos vanuit mogen gaan dat het niet belangrijk is voor iemand. En vervolgens is het echt zaak om in gezamenlijkheid te kijken hoe we er verder mee omgaan. Het verdient echter wel echt meer aandacht dan dat het nu krijgt. Dit onderzoek helpt daar hopelijk bij, er is te weinig wetenschappelijk inzicht beschikbaar op dit moment. En ik geloof echt dat het onze zorg voor ouderen met dementie significant kan verbeteren.’ Nog steeds deelnemers gezocht Voor het onderzoek heeft Kresojevic nog wel meer deelnemers nodig. Mede door het onderwerp, ontmoet ze enige aarzeling bij organisaties en potentiële deelnemers. ‘Ik vraag de bewoner niet naar intimiteit, ik baseer me op de neuropsychologische tests die sowieso al worden afgenomen. Wel vraag ik de partner en de zorg een aantal vragenlijsten in te vullen. Het gaat me om de vergelijking tussen behoeften en vertoond gedrag, zodat we dat beter kunnen gaan interpreteren. Het kost dus weinig tijd en is niet ingrijpend voor de deelnemers. Ik zou dus heel graag organisaties willen oproepen contact met mij op te nemen, dan licht ik alles toe en komen we hopelijk tot het vereiste aantal deelnemers. Dan kunnen we dit belangrijke onderwerp in de toekomst nog beter adresseren.’