Door Anne Helmus


Helmus zoekt zijn kleinzoon

‘Moet je niet eens een feestje geven?’ zegt mijn oudste dochter tegen haar zestienjarige zoon. ‘Mwah kweetniet...’ Even later zegt hij: ‘Misschien toch wel een goed idee van jou.’ Hij loopt de trap op en trekt zich terug in zijn kamer om verder te gamen. Mijn grote kleinzoon is vanwege het vele thuiszitten in de Coronaperiode, geen tot weinig contact met leeftijdgenoten en online lessen, al lang niet meer de energieke jongen die hij was. Het online leren is niks voor hem, ondanks de voortdurende aansporingen van zijn ouders doet hij steeds minder aan zijn huiswerk. Hij staat laat op vanwege het gamen tot diep in de nacht, helemaal in de ban van het spel Fortnite en ander digitaal vermaak. Daar wordt hij wèl steeds beter in.

Na een uurtje komt hij enthousiast beneden. Hij heeft al een aantal vrienden en klasgenoten uitgenodigd. Ze hadden allemaal wel zin in een feestje. Hij zegt tegen zijn moeder: ‘Als jullie dan een nachtjes ergens anders slapen, dan kan het hier pas echt gezellig worden. ’Mijn dochter en schoonzoon logeren daarom bij ons. Zijn zus zoekt die avond en nacht haar heil bij een vriendin. Als zij ‘s morgens, misschien een beetje te vroeg, huiswaarts keert is hij nog bezig om de restanten van het nachtelijk vertier op te ruimen. Het feestje was iedereen meer dan goed bevallen. Deze festiviteit viel samen met de verruiming van de Corona maatregelen en blijkt later een beginpunt van allerlei activiteiten waarbij de vriendengroep elkaar opnieuw ontmoet. Mijn kleinzoon had de hoop dat hij over zou gaan naar Havo 5 inmiddels allang opgegeven. Hij was altijd een scherp calculerende leerling, die er op lette dat hij zich niet meer inspande dan nodig. Nu hij de structuur van het naar schoolgaan en het fysiek contact met medeleerlingen en docenten moest missen, raakte hij steeds minder geïnteresseerd in zijn schoolwerk. Op zijn i-phone zag hij dat zijn cijfers kelderden. Het waren bijna alleen nog onvoldoendes. Omdat het naar zijn idee toch niets meer zou worden had hij ook al een baantje in de Horeca aangenomen. De groep vrienden waarmee het contact was hernieuwd door het feestje, spoorde hem aan toch nog een poging te wagen om over te gaan naar het volgende jaar. Het leek hem zelf ook geen aantrekkelijk vooruitzicht om in zijn eentje te blijven zitten, terwijl de rest in het examenjaar verder ging. De groep wilde ook graag dat hij mee over ging. Hij nam een besluit om zijn schouders er onder te zetten en kreeg van een paar meisjes uittreksels in een keurig handschrift. Hij overlegde met docenten hoe hij de inhaalslag het beste aan kon pakken. Door zijn inspanningen zag hij de resultaten verbeteren. Mijn dochter zei: ‘ik heb hem nog nooit zo hard zien studeren.’ Het kostte hem heel wat moeite om de onvoldoendes weg te werken. Uiteindelijk bleven er twee over. Hij belde ons vol trots op. ’Ik ben over! En niet eens een bespreekgeval!’ Het is in dit verhaal maar al te duidelijk dat het contact met leeftijdgenoten voor pubers erg belangrijk is. Door de lockdowns, de online lessen en de angst voor het virus werden sociale contacten minimaal. Ook waren er momenten dat vrijheden in het vooruitzicht werden gesteld die kort daarna weer werden ingetrokken. Even gas geven en dan al weer op de rem gaan staan werkt verlammend. Veel jongeren werden initiatiefloos. Landelijk werd er dan ook melding gemaakt van een toename van psychische klachten bij jongeren. Mijn kleinzoon had het geluk van een stimulerende omgeving en ouders die hem een zetje gaven om weer contact te maken met zijn leeftijdgenoten en een feestje te geven. De vriendenclub die hem er bij wil houden en waar hij bij wil horen, was waarschijnlijk de belangrijkste reden om de draad weer op te pakken. Aan de finish van zijn succesvolle eindspurt kreeg hij veel complimenten. Leuk hoor dat applaus, al moet dat niet worden overdreven. Om te voorkomen dat het hem misschien te veel bevestigt in het idee: ’Als ik volgend jaar de laatste twee maanden voor het examen aan de slag ga, is dat vroeg genoeg….‘