Lentis Erfgoed

Personeel(stekort) in een andere tijd

Rense Schuurmans

In 1898 schrijft de geneesheer-directeur van Dennenoord, Schuurmans-Stekhoven, ‘het is in deze streken zeer moeilijk geschikt personeel te krijgen’. De instelling is net een paar jaar open, er zijn circa 200 patiënten en nu kunnen afdelingen niet functioneren zoals de bedoeling is. ‘De beide waschvrouwen zijn wegens ziekte afwezig, wanneer niet snel hulp komt, dan moet een deel van de was in wasscherij in Groningen’. In de verpleegsector worden gereformeerden geworven, maar die moeten van elders komen. Op stel en sprong lukt dit niet. Tot overmaat van ramp is er sprake van veel ziekte en ongeschiktheid. In een dergelijke situatie komen tekorten samen. De geneesheer-directeur zegt in december 1897 ’er is nog steeds een tekort aan personeel, dan werkt ziekte extra verstorend, want het overige personeel wordt extra afgemat, daardoor kan er onvoldoende onderwijs worden gegeven’. Twee maanden later blijkt de influenza golf nog te woeden, met veel verkoudheid en verpleegsters met koorts in bed. Via een telegrafisch verstuurd bericht wordt de familie van een verpleegster verzocht over te komen, omdat de verpleegster ernstig ziek is. Van een nieuw aangenomen verpleegster wordt gezegd dat ‘zij doet niets anders dan zaniken en dit verlicht het werk voor het overige personeel natuurlijk niet’. Met enige regelmaat is in de verslagen te lezen dat ‘verpleegsters wegens ongeschiktheid en zwakte de Stichting verlaten’. Dezelfde beoordeling valt ook verplegers ten deel. In juli 1898 staat in het rapport ‘verpleger met zwakke geest, die ook vanwege verkering met keukenmeisje zou vertrekken, deed weer dusdanig zonderling dat ik spoedige heengang noodzakelijk achtte’. Korte tijd daarna zegt de directeur ‘een verpleger is slecht tegen waken bestand, hij heeft geslapen tijdens waakweek’, ‘gezegd dat het deels in zijn belang was om 14 dagen naar huis te gaan met vakantie en naar een andere betrekking uit te zien’. Naast de tekorten is er ook nog beschamend ongemak dat bestreden moet worden. Luizen, vlooien, schurft en wat al niet doen een aanslag op het welbevinden, zo lezen we dat ‘een verpleegster onreine kleding bleek te hebben welke onreinheid zich aan het beddengoed in ernstige mate had medegedeeld’, ze wist dit maar had het verborgen gehouden uit schaamte, zodat reiniging veel moeite kost, temeer omdat wollen dekens niet gekookt kunnen worden. De Stichting heeft nog geen desinfectietrommel. Enkele jaren later is er voldoende personeel, maar ook dit houdt geen stand: ‘de riemen waarmee geroeid moet worden zijn soms wel erg kort’.

Bron: website Erfgoed Lentis. Dank Jan Barend de Vries en Monique Huizer voor het toegankelijk maken van de informatie.