Tess Strietholdt, als militair werk­zaam in de Velds­paat

‘Ik heb diep respect voor medewerkers in de ouderenzorg’

20 januari namen onze collega’s bij Dignis afscheid van tientallen militairen die drie weken lang ondersteuning boden bij de Veldspaat. Eén van hen was Tess Striethouldt (21) uit Meppel. Als we haar bellen is ze druk aan het studeren voor haar medische opleiding binnen defensie. Studeert ze niet, dan sport ze. Want militairen blijven fit. Ook in tijden van een pandemie. En ook na intensieve hulpverlening aan dementerende ouderen. We blikken terug.

Het is donderdag 20.00 uur en Tess krijgt plotseling een bericht: morgen­vroeg moet ze klaar staan om te helpen in een verzorgingstehuis voor demente ouderen. Ze pakt haar spullen, zet haar wekker en de volgende ochtend om 7.00 uur staat ze klaar. Tijd om na te denken heeft ze nauwelijks. Flexibel zijn ‘Je hebt geen keuze. En dat weet je ook als je bij defensie werkt’, legt ze uit. ‘Je moet flexibel zijn en ervoor zorgen dat je optimale hulp verleent. Ook als de situatie nieuw voor je is.’ In dit geval, drie weken lang: wassen, eten, verzorgen. ‘Dat was best even puzzelen in het begin. Waar ligt alles? Wat willen de bewoners? En waar hebben de medewerkers behoefte aan?’ En dat zonder medische ervaring. In een blauw schort, dubbele handschoenen, een mondmasker en een bril. En natuurlijk haar uniform. Want die dragen ze bij defensie altijd. Met uniform ‘We kozen er bewust voor om ons uniform te dragen’, vertelt Tess. ‘Op voor­waarde dat het niet voor extra stress zou zorgen bij de bewoners. Gelukkig was juist het tegendeel het geval: er ontstonden zelfs hele waarde­volle gesprekken. Iedereen kende wel iemand die bij defensie had gewerkt. Soms waren dit zelfs de bewoners zelf.’ Zo was er een man. Inmiddels al oud, maar ooit zelf in dienst geweest bij defensie. ‘Hij zag mijn broek en mijn kisten en wilde meteen over zijn dienst­tijd vertellen. Voor ik het wist bladerden we door zijn oude fotoboeken heen. Hij zat er in de periode 1962-1967, dat vergeet ik nooit meer. Voor dit soort momenten deed ik het natuurlijk ook deels’.

Door Hadassa van de Griend

Je voelt je kwetsbaar Lastige momenten waren er ook. Collega’s die positief testten en bewoners die ziek werden. Tess: ‘De bewoners onthielden niet dat ze niet uit hun kamer mochten. Dus liepen zij regelmatig over de gang of bij elkaar binnen. En dan voel je je wel kwetsbaarder. Maar daar heb ik niet aan toegegeven. Ik wilde mensen de zorg geven die zij verdienden en geen half werk leveren. Dus ik dacht: als het gebeurt, dan gebeurt het. Gebeurt het niet, dan gebeurt het niet. Uiteindelijk ben ik zo’n vier keer negatief op corona getest, voor de zekerheid. Want verschijnselen had ik niet.’ Een band Bovendien schept werken met ouderen een band. Een tijdelijke, als je na drie weken intensieve zorg alweer afscheid moet nemen. Tess: ‘Op één van de bewoners was ik erg gek. Hij overleed de dag nadat onze ondersteuning stopte. Daar was ik wel verdrietig over. Gelukkig kon ik digitaal bij zijn uit­vaart zijn’. Was het dan jammer om weer weg te gaan? ‘Ja, als het kon was ik graag langer gebleven’, zegt Tess. ‘Maar ik ervaar het ook positief. We hebben stress kunnen wegnemen door mee te helpen en structuur te bieden. Daardoor kijk ik er met een fijn gevoel op terug. Ik heb echt diep respect voor de medewerkers in de ouderenzorg. Niemand zeurt, iedereen gaat door en doet keihard zijn of haar best. Daarnaast: ik wil me medisch gaan specialiseren binnen defensie, dus dit was een hele leerzame ervaring voor me’. Nog even contact Soms krijgt Tess nog een berichtje van één van de medewerkers van Dignis. ‘Die vertelt dan even hoe het gaat. Dat vind ik erg leuk. We hebben natuurlijk ook samengewerkt in een bijzondere tijd’. Of ze andere medewerkers nog zou herkennen in normale tijden, zonder mondkapje en blauw schort? ‘Ik denk het wel hoor!’, lacht Tess. ‘En anders herkennen ze mij wel. Dat was tijdens het werken in de Veldspaat ook geen probleem. Ik viel namelijk goed op met mijn rode haar.’