‘Hij gaf best wel sjeu aan het leven’

Maya Wildevuur zorgde voor haar man Jan toen hij Alzheimer had

Door Anne Helmus

Op een avond kijk ik naar het programma Binnenste Buiten. Een van de items gaat over de kunstenares Maya Wildevuur. Maya laat in de uitzending het kleurrijke interieur van de Ennemaborg in Midwolda zien, waar ze woont en waar ook haar galerie is gehuisvest. Ze vertelt onder andere over hoe ze haar man Jan lange tijd heeft verzorgd. Hij had Alzheimer. Jan had Duits gestudeerd maar was in zijn actieve leven heel iets anders gaan doen, hij verkocht namelijk medische apparatuur, een beroep waar hij veel voor moest reizen. Ze vertelde vol liefde over haar man. Ik wilde er meer over weten en maakte een afspraak met haar. Een paar dagen later zat ik bij Maya aan tafel en we raakten in gesprek.

Foto Klaas van Slooten

Ze begint haar verhaal met een angstige ervaring ‘Toen ik vijftig werd in het jaar 1994 kreeg ik als cadeau een cruise aangeboden naar Zuid-Afrika en daarna zouden we op safari. Ik ging samen met Jan, mijn tweede man. Hij was toen vijfenzestig. Het cruiseschip vloog in brand en zonk uiteindelijk midden op de Indische Oceaan. We werden gered door een schip met accommodatie voor vierentwintig personen. We kwamen met duizend man. Daarna zijn we met z’n allen overgestapt op een tanker. Na een week op de grond slapen, onder barre omstandigheden, kwamen we in Mombassa aan. Eindelijk, we hadden al die tijd onze tanden niet kunnen poetsen, omdat we al onze bagage kwijt waren.’

Muziek is een middel om contact te blijven houden Na deze reis ontdekte Maya dat er iets aan de hand was met haar man. ‘Ik kon het niet direct plaatsen allemaal. Zijn gedrag veranderde. Hij droeg bijvoorbeeld twee horloges om zijn pols en at met twee vorken. Na verloop van tijd kon hij ook niet meer schrijven. Hij bleef wel in de benen. Hij wandelde graag en deed kleine klusjes. Hier, aan de overkant van de weg, eieren ophalen en de brievenbus bij de weg leeghalen. Totdat op een keer alle post in de gracht dreef, toen zijn we daar maar mee gestopt. Zo werd zijn wereld wel steeds kleiner. Omdat we ruim wonen hier in de borg kon hij fijn rondscharrelen. Hij leidde ook mensen rond in de galerie. Hij vertelde aan de bezoekers hele verhalen, dat zijn tantes hier vroeger nog in dit huis hadden gewoond. Niet waar natuurlijk, maar het waren wel mooie verhalen. Jan zat graag op zijn eigen kamer. Die kamer was strak en kaal. Niks geen versieringen. Alleen boeken, muziek en kranten. Hij hield van Bach en kon hele stukken meezingen. Dat is me echt bijgebleven, dat interesse en genieten van muziek intact blijft als je Alzheimer hebt. Muziek is een mooi middel om contact te blijven houden. Toen Jan nog leefde klonk er hier in huis en in de galerie altijd muziek. Sinds hij er niet meer is heb ik het liefst dat het stil is en geniet ik van de geluiden van de natuur. In de auto draai ik wel keihard klassiek, dat wel.

De anderen kon hij niet verstaan, ze spraken allemaal Gronings, daar snapte hij niets van

Jan las op een gegeven moment geen boeken meer. Hij zat er wel in te knippen en plakte er etiketten in. Wel zonde van sommige kunstboeken. Ik liet hem maar een beetje zijn gang gaan. Ook gek dat hij zichzelf nooit meer een borreltje in schonk. Hij was best wel een liefhebber van een glaasje. Als er een glas wijn voor hem stond nam hij wel een slok. Ik gaf hem vaak een alcoholvrij biertje. Maar ook wel eens eentje met alcohol. Daar leek hij dan weer extra van te genieten.’ Mensen worden niet beter in een instelling ‘Om mij wat te ontlasten is hij een paar keer naar zo’n dagopvang geweest. Dat leek eerst best goed te gaan. Als hij maar alle aandacht van de begeleiding aldaar kreeg. De anderen kon hij niet verstaan, ze spraken allemaal Gronings, daar snapte hij niets van. Naar zijn idee werd hij daar behandeld als een kind, dat stond hem helemaal niet aan. Hij wilde er niet meer heen. Ook het feit dat hij daar na de lunch moest rusten beviel hem niet. Hij had dat nog nooit gedaan, overdag een dutje doen. Ik heb zelf ook niet het idee dat mensen met Alzheimer er beter van worden als ze in een instelling gaan wonen. Ze gaan er volgens mij sneller achteruit en worden er teveel betutteld. En je wordt er zonder dat daar toestemming voor wordt gevraagd met je en jij aangesproken.’

Ze kunnen me wat Ik kon hem blijven verzorgen, ook al was dat wel eens zwaar. Ik was tenslotte ook vijftien jaar jonger dan hij, daar had ik wel de energie voor. Mensen uit mijn omgeving zeiden wel eens, waarom trek je hem geen joggingbroek aan dat is gemakkelijker in de verzorging. Ik schafte een paar van die broeken aan. Maar na een paar dagen dacht ik ‘Ze kunnen me wat’, dit soort kledij past niet bij Jan. Hij droeg altijd mooie kleding van een goed merk en schoenen van Jan Jansen. Dus weg met die joggingbroeken ik heb hem weer in de kledij laten lopen die hij gewend was. Hij zag er altijd mooi en goed verzorgd uit. Voor mij was het ook prettiger om naast iemand te lopen die er leuk uitziet. Ook had ik een aantal fel gekleurde brillen voor hem gekocht, die zagen er vrolijk uit. We gingen ook nog bijna overal samen heen. Dat gaf wel eens aanleiding tot hilarische toestanden als we bijvoorbeeld naar een film keken er hij er met luide stem commentaar op leverde. Hij gaf best wel sjeu aan het leven. Ik vind dat je mensen met Alzheimer iets extra’s moet geven en ze met respect moet behandelen en in hun waarde laten. Het laatste wat je moet doen is ze zielig vinden. Een bevriende professor zei eens tegen Jan ‘Een slecht geheugen is een zegen.’ Daar zit wel wat in, want als je alles uit je geschiedenis haarscherp onthoudt heb je ook geen leven.

Ik ben bijzonder gehecht aan deze plek en aan mijn spullen!

Na de cruise die ons bijna noodlottig werd, hebben we nog veel andere cruises gemaakt. De laatste die we maakten was een lange reis naar het Amazonegebied. We hadden zeven koffers mee, veel extra spullen voor Jan en schilderspullen voor mij. Jan zat met een touwtje aan mij vast en had een naambordje met daarop het hutnummer en de vermelding dat hij Alzheimer had. Niet lang na deze reis ging het fysiek minder goed. Hij was altijd aardig goed gehumeurd maar op een dag viel hij vreselijk tegen me uit en zei: ‘Rotwijf, ik vermoord je.’ Heftig was dat. Hij herstelde zich snel en zei kort daarna ‘Ik ga dood’. Niet lang daarna was het zover en is hij overleden.

Gehecht aan de plek Tegenwoordig ben ik niet veel aan het schilderen. Ik lees veel en heb de tijd om series te bekijken, ook zie ik vrienden. De galerie ligt stil, maar is wel open voor individuele afspraken. In mijn omgeving hoor ik wel eens mensen zeggen, dat ze moeite hebben om afstand van dingen te doen waar ze aan gehecht zijn, omdat ze kleiner gaan wonen. Ik vind dat echt onbegrijpelijk, al die ouderen die in zo’n appartement gaan wonen. Zelf moet ik daar niet aan denken. Ik ben bijzonder gehecht aan deze plek en aan mijn spullen!