Portret

Afscheid Peter Lerk als voorzitter Raad van Toezicht

‘Het is dankzij de medewerkers dat Lentis zo sterk staat’


door Willemien Afman

Dit voorjaar heeft Peter Lerk (58) afscheid genomen als voorzitter Raad van Toezicht van Lentis en FPC Dr. S. van Mesdag. Door de coronagebeurtenissen hebben we nog geen kans gehad om met Peter te praten. Tot afgelopen week, toen konden we hem eindelijk vragen waarom hij beide organisaties gedag zegt. En hoe Peter de toekomst ziet van één van de grootste werkgevers in het Noorden.

Je hebt afscheid genomen als voorzitter Raad van Toezicht. Waarom is dat?

‘Dat was niet omdat ik het niet boeiend meer vond’, licht Peter toe. ‘Het is omdat mijn periode als toezichthouder bij Lentis en Mesdag formeel verstreken is. In 2012 ben ik als lid Raad van Toezicht begonnen, in 2015 ben ik voorzitter geworden. En volgens de governancecode mag je maximaal twee keer een periode van vier jaar lid zijn van eenzelfde Raad van Toezicht. Dat was bij mij het geval.’

Je bent weggegaan in een roerige periode. De Raad van Bestuur maakte de toe­komst­plannen bekend en corona deed zijn intrede in Nederland. Dat laatste kon de zorg hard treffen, zo waren de voorspellingen. Was het niet een raar moment om weg te gaan?

Peter: ‘Ja, maar het is altijd raar om ergens op te stappen. Ik heb acht jaar bij Lentis en Mesdag gewerkt en dan wordt zo’n werk­omgeving toch een beetje een deel van jezelf. En als je dan vertrekt op een moment dat voor mede­werkers en patiënten zo belangrijk kan zijn, is niet leuk. Ik kan goed rationaliseren, maar het voelde toch of ik de organisatie in de steek liet. Tegelijkertijd weet ik dat de nieuwe Raad van Toe­zicht heel capabel is.’

Acht jaar toezichthouder zijn bij Lentis en FPC Dr. S. van Mesdag, dat is niet mis. Wat blijft u bij?

‘Zowel Mesdag als Lentis zijn mooie organisaties. Ik heb genoten van de inzet van de medewerkers die oprecht betrokken zijn bij de zorg die zij leveren, dat is echt opvallend.’ Peter Lerk vertelt ook over een andere kant: ‘Wat me ook geraakt heeft, zijn de moeilijke tijden die vooral Lentis heeft gekend. Als je kijkt naar de rol van de psychiatrie in de samenleving, de financiële problemen en de inspanningen die nodig bleken om goed personeel te behouden in een zwaar werkveld, dan was het niet altijd gemakkelijk.’ Peter concludeert: ‘We hebben als Raad van Toezicht veel ‘problemen’ gehad, maar ik zal nooit vergeten dat hier zoveel mensen zo gemotiveerd hun werk doen. En dat het dank­zij die medewerkers is dat Lentis zo sterk staat, daar ben ik van overtuigd’.

Ik heb acht jaar bij Lentis en Mesdag gewerkt en
dan wordt zo’n werkomgeving toch een beetje een deel van jezelf.

Bert Middel is je opvolger als voorzitter Raad van Toezicht. Wat wens je hem toe?

‘Bert ken ik goed, we zijn beiden even lang toezichthouder geweest bij Lentis en Mesdag. Op verzoek blijft Bert iets langer, juist om de overgang naar een nieuwe Raad van Toezicht te begeleiden. Ik wens Bert veel plezier in zijn nieuwe rol, zolang dat de boventoon voert, is het altijd goed. En veel wijsheid.’ Dat klinkt wel wat oubollig. ‘Toch vind ik dat’, licht Peter toe, ‘Als toezichthouder wil je het beste voor de organisatie waar je verantwoordelijk voor bent en daar heb je nu eenmaal kunde en kennis voor nodig. Ik heb het volste vertrouwen dat dat goed komt.’

Het zijn intensieve jaren geweest. Houd je nu tijd over?

‘Nee, dat is best opvallend. De laatste twee jaar bij Lentis en Mesdag slokten veel tijd op. Achteraf gezien kwam mijn afscheid als voorzitter precies op het goede moment. Ik werk namelijk ook als bestuurder bij de medische staf van het Gelre Ziekenhuis in Apeldoorn en Zutphen. En juist toen de coronacrisis uitbrak, was ik gelukkig volledig beschikbaar voor het ziekenhuis. Beide taken had ik niet kunnen combineren. Maar als je me vraagt of ik nu tijd over heb? Nee, dat is niet het geval.’