Portret

Geuko en Thea Tiggelaar altijd met plezier naar het werk


door Jannie Strijk

Bij blijven scholen om je vak goed te kunnen uitoefenen

Geuko en Thea Tiggelaar leerden elkaar kennen op het Dennenoordterrein eind jaren zestig. Allebei zijn ze in Dennenoord opgeleid en hebben ze het grootste deel van hun leven als verpleegkundige voor Lentis en Dignis gewerkt. Geuko is inmiddels alweer zes jaar met pensioen. Thea is na een korte tussenstop opnieuw weer aan de slag gegaan. Zij werkt nu op de longstay-somatiek bij Dignis in het Heymanscentrum.

Geuko ging van het Noordersanatorium naar de Reehorst, waar de dagbehandeling ontstond. Daarna ging hij naar Beukenrode en de KPP, later de Kliniek Groningen. ‘Ik zat op de afdeling Stemmingsstoornissen. Daar werkte ik met mensen met een depressie of een manie. Dat heeft me altijd goed gelegen. Ik vond de kliniek altijd een ontzettend fijne werkplek.’ Thea werkte ook een tijdje op het Zuiderpaviljoen bij de acute opname. ‘Ik vond het leuk om mee te maken, maar ik vond het ook heel heftig, die ernstige ziektebeelden bij mensen die jonger waren dan ik. Ik herinner me nog een suïcidepoging van een jongen. Ik heb ook stage gelopen in De Enk. Dat vond ik prettiger, dat sprak me meer aan.’ Thea is er viereneenhalf jaar tussenuit geweest toen haar kinderen nog klein waren. ‘Eerst ging ik de thuiszorg in, omdat dat mooi aansloot op de schooltijden van de kinderen. Maar ik miste de psychiatrische kant, dus toen ben ik eerst als oproepkracht in de flexpool gaan werken. Ik werkte dan als Geuko thuis was.’

Het begin Geuko: ‘Ik begon op 7 oktober 1968 met de inservice opleiding. Dat kon toen, want de drempel van 21 jaar was net afgeschaft. Op het eindexamen stond er voor de verpleegvakken (algemene en psychiatrische verpleegkunde) een half uur gepland. Het bijzondere was dat voor de algemene verpleegkunde (verbandtafel, instrumenten, etc.) 20 minuten stond en voor psychiatrische verpleegkunde 10 minuten. Dat werd op Dennenoord (terecht) omgewisseld: dus 20 minuten examen psychiatrische verpleegkunde en 10 minuten algemene verpleegkunde. En daarnaast deed je eindexamen in de vakken ziekteleer, neurologie, ziekten van de neurologie, voedings- en dieetleer. Ook had je een gesprek met een patiënt van een andere afdeling waarvan je een verslag moest schrijven. Het gesprek was 10 minuten met een gedelegeerde erbij en 5 minuten alleen met de patiënt. Daarna 45 minuten om daar een verslag van te schrijven. Bijzonderheid: we werden daarvoor nooit getraind in enige vorm van gesprekstechniek! Verder deed je uiteraard examen in het vak psychiatrie. En het bijzondere was, dat ik meegemaakt heb tijdens mijn opleiding, dat iemand kon slagen met een 4 voor psychiatrie! Voorafgaand aan het examen had iedereen in de groep waarin ik zat, een scriptie over een bepaald ziektebeeld geschreven wat ook meetelde voor het eindexamen. Destijds kon je zelfs slagen met een 4 op psychiatrische vakken. De insteek van de opleiding was heel praktisch en was vooral gericht op kennis van zaken. Je moest ziektebeelden kunnen beschrijven. Slagen voor geestelijke verzorging was verplicht.’ Geuko ging aan de slag in het Noordersanatorium. Het werk dat Geuko werd toebedeeld toen hij aan de slag ging, noemt hij ‘sop- en dweilwerk’. Later werd dat anders. Hij heeft altijd in de psychiatrie gewerkt.

Thea ging als stagiair en vakantiehulp in Dennenoord aan de slag en kwam in 1970 in vaste dienst. Zij werkte in de zorg en in de psychiatrie, maar haar hart lag meer bij de zorg. Het is niet toevallig dat ze vandaag de dag nog steeds in de ouderenzorg werkt; ze heeft veel plezier in haar werk. ‘Toen ik na mijn pensioen weer aan de slag ging, kreeg ik ook wel meewarige blikken. En de vraag: wat vindt je man ervan? Mensen dachten dat ik het deed omdat we in financiële nood zaten.’ In opleiding De tijd dat ze hun opleiding deden ligt in de jaren 60. Dat is lang geleden en veel ging dan ook heel anders. Als je de opleiding deed, moest je intern, ook als je om de hoek in Westlaren woonde. Voor de lessen werden cliënten gewoon meegenomen om hun ziektebeeld uit te leggen. Of de naam werd genoemd om bijwerkingen uit te leggen. Thea: ‘De artsen wisten waar je werkte en dan legden ze bijvoorbeeld de bijwerking van Prednisolon uit met: mevrouw die en die – vollemaansgezicht. Zo onthield je dat dan.’ Geuko: ‘Of een patiënt die de ziekte van Huntington had. Die kon je dan vragen stellen. Hij schudde heel erg, maar vertelde dat het weg was als hij sliep. Zoiets onthoud je. Het werd er heel inzichtelijk van.’ Hoofdzuster de baas Thea: ‘De hoofdzuster besliste alles. Van het schoonhouden tot sociale dingen, zoals of je naar het zangkoortje mocht. Over alles had ze iets te zeggen. Leerling-verpleegkundigen waren uitvoerders. Die hadden niks in te brengen. Je gaf dingen aan richting de dokter, maar daar werd niets mee gedaan.’Geuko heeft dezelfde ervaring: ‘We waren eigenlijk nergens van op de hoogte als verpleging. Er waren geen veiligheidsvoorschriften. Patiëntenrechten waren destijds ook niet was het nu is. Ik herinner me nog dat we iemand moesten separeren, de afdelingspsychiater, het hoofd, een collega en ik. Het hoofd zorgde ervoor dat de patiënt er niet vandoor zou gaan. En er was nog iemand bij, naast afdelingshoofd en psychiater en ikzelf. Waarom de patiënt moest worden gesepareerd wist ik niet en nog steeds niet.’ De controle ging ver. ‘Ik heb ook een keer meegemaakt dat ongewenste berichten over Dennenoord uit de privékrant van een patiënt – hij las de Telegraaf- werden geknipt. ’

Gescheiden verpleging De verpleging was vroeger gescheiden. Pas in 1979 veranderde dat. Thea: ‘Heel vroeger was je zelfs verplicht om een zijpad in te slaan als je iemand van de andere sekse tegenkwam. Maar dat was voor onze tijd.’ Toch hebben zij ook nog een periode gescheiden verpleging meegemaakt. Mannen bij mannen en vrouwen bij vrouwen. Links van de kerk de vrouwen. Maar er gebeurde natuurlijk wel eens wat. ‘Ik herinner me nog dat er een baby’tje geboren is hier in het Zuiderpaviljoen. Dat heeft veel indruk gemaakt.’ Veel schoonmaken Nu kost de registratie veel tijd. Dat was destijds niet het geval. Geuko: ’We hadden een schriftje met namen. Pas in de jaren 70 kwamen de losse dossiers.’ Thea: ‘Toen waren we druk met schoonmaken. Er waren helemaal geen wergwerpspullen. Er was geen incontinentiemateriaal. Een klysma maakte je zelf van gekookt water met groene zeep. En na gebruik moest je alles uitkoken en steriliseren. Daar waren we veel tijd aan kwijt.’ Nadat Geuko in de jaren 70 uit militaire dienst kwam, gingen de ontwikkelingen heel snel. In De Reehorst liepen medewerkers in burger. ‘Nog wel met een stropdas om.’ En al snel liep iedereen in burger. Broeders kwamen op vrouwenafdelingen. Geuko herinnert zich nog de eerste vrouwelijke cliënt op De Reehorst. En al snel was alles gemengd. ‘In de jaren 70 duurde het soms lang om concrete beslissingen te nemen. Dingen bleven nogal eens zweven’, aldus Geuko. ‘Er werd geen concrete beslissing genomen.’ Tijd van nu Thea zit nu weer volop in het werk. Geuko is een actieve voetbalopa voor zijn getalenteerde kleinzoon bij FC Groningen. Geuko is bovendien secretaris van de Stichting Orgelconcerten Ontmoetingskerk Zuidlaren. Dat doet hij al sinds 1976. ‘Er zijn al vanaf 1975 orgelconcerten in de Ontmoetingskerk. Er staat een prachtig romantisch-symfonisch orgel in deze kerk. In 2020 geven we dus al 45 jaar concerten. Dit jaar komen we in de buurt van 250 concerten sinds de start in 1975. Kort geleden is er een podcast gemaakt. Komt zomer 2020 op radio 4.’ Thea geniet nog steeds van de nieuwe ontwikkelingen in de ouderenzorg. Zo is ze een groot voorstander van domotica. ‘De eerste vorm van ondersteuning was de stalen verpleegster, een tillift.’ Tegenwoordig zijn er met domotica veel meer mogelijkheden. Het stelt mensen in staat om langer thuis te blijven. En hoe fijn is het als je thuis zelf kunt eten met behulp van een robot. Die kun je precies zo instellen zoals jij het wilt. In jouw tempo. Als ik iemand help met eten, doe ik het toch altijd op mijn manier. Moderne dingen moet je niet tegen willen houden. Het kan ons heel veel brengen.’

Bijblijven Geuko: ‘Je kunt je vak alleen maar zo lang goed uitoefenen als je je bij blijft scholen. Als je geen cursussen volgt, dan loop je snel achter. Vijf weken voor mijn pensioen heb ik nog een cursus suïdidepreventie gedaan.’ Ook Thea schoolt zich graag bij: ‘Mensen hebben recht op de best mogelijke zorg en daarvoor moet je je bijscholen.’ Ze is nu bezig met een cursus triage. ‘Binnen Dignis worden de taken anders verdeeld. De arts is niet altijd aanwezig. Als triageverpleegkundige moet je een inschatting kunnen maken of je direct een arts nodig hebt, of dat het tot de volgende dag kan wachten.’ Thea: ‘Je leert altijd bij. Naderhand kijk je toch net iets anders.’ Met veel plezier Geuko kijkt met veel plezier terug op zijn periode in de kliniek. ‘Ik vond de periode in Groningen een leuke periode en de kliniek een fantastische werkplek. In mijn laatste periode heb ik veel RET-groepen gedaan. (rationeel-emotieve therapie, red.) Daarbij ging het er in grote lijnen om dat je negatieve gedachten leert omzetten in positieve gedachten. Dat was heel leuk. Dat zou ik zo weer willen doen.’ Maar dat werd ook steeds lastiger, toen de doelgroep voor de kliniek steeds zwaarder werd. ‘Er kwamen minder mensen in aanmerking voor deze therapie.’ Thea denkt met heel veel plezier terug aan de periode op Paviljoen 20, Zonneheuvel. ‘Dat was keihard werken, maar we hadden ook veel lol. We werkten er met veel jonge mensen. En we hielden wel van een geintje. Zo heb ik ooit een collega geschminkt en opgetuigd met infusen en alle toeters en bellen. Toen de leiding eraan kwam stoof hij ervandoor. Later kwam hij met nog een witte veeg op zijn gezicht binnen.’ Geen van beiden heeft in hun lange carrières ooit het gevoel gehad ‘nou moet ik weer heen’. ‘Je vergeet de minder leuke dingen en je onthoudt de leuke dingen.’