Portret

In gesprek met Engbert Krist

Coördinator suïcidepreventie binnen Lentis


door Willemien Afman

Vorig jaar mei vierde Engbert Krist zijn 25-jarig jubileum bij Lentis. In die vijfentwintig jaar heeft Engbert verschillende functies bekleed als verpleegkundige, SPV en Verpleegkundig specialist ggz. Dat laatste is hij nu bij de Basis GGZ in Groningen. Sinds begin dit jaar combineert Engbert zijn baan als hulpverlener met een andere: coördinator suïcidepreventie. Engbert heeft met overtuiging voor deze rol gekozen. Waarom? Dat legt hij graag uit. Ook doet Engbert een oproep voor nieuwe trainers suïcidepreventie. Want daar zijn er op dit moment niet genoeg van bij Lentis.

Naast je werk, ook de rol op je nemen van coördinator suïcidepreventie. Hoe komt dat zo? ‘Ik ben vooral werkzaam geweest in de acute psychiatrie. Daar loop ik warm voor. En vanuit die passie ben ik in een nieuw avontuur aangegaan binnen Lentis. Mijn baan combineren met iets wat mij ook intrigeert en dat is suïcidepreventie.’ Engbert wil graag de ervaring en de kunde die hij opgedaan heeft over suïcide en suïcidaliteit delen met anderen. ‘Dat deed ik al voor ik coördinator werd, ik geef al zo’n vier jaar trainingen over suïcide en het voorkomen daarvan. Als coördinator kan ik nu ook de rode lijnen uitzetten, dat is voor mij een mooie aanvulling.’ Hoog op de agenda Lentis heeft suïcidepreventie hoog op de agenda staan. Zo is er een adviesraad Suïcidepreventie, maken we deel uit van Supranet waarin verschillende ggz-instellingen samenwerken rondom het thema preventie en is de zero suïcidemindset van 113 onderdeel van ons beleid. Wat houdt jouw rol in, Engbert? ‘Het klopt dat we binnen Lentis veel doen om suïcides tegen te gaan, toch zijn er genoeg vlakken die braak liggen. Dat wil ik gaan oppakken. Als coördinator ben ik het aanspreekpunt voor collega’s die suïcidetrainingen geven. Dat ben ik ook voor externe partijen, zoals scholen en andere instanties. Lentis gaf altijd al wel externe trainingen, maar die werden steeds minder gevraagd en dus aangeboden en daarmee verdween de aandacht ook wat af van het thema.’ Dat is niet goed als je de richtlijn suïcidepreventie goed wilt uitvoeren, stelt Engbert. ‘Wil je je aan die richtlijn houden, dan zorg je, heel in het kort, voor veiligheid, voor een warme overdracht, betrek je naasten en zorg je dat je contact maakt met de patiënt. Contact maken, dat kunnen hulpverleners. Veiligheid is meestal ook goed op orde. Het betrekken van naasten gaat vaak gepaard met (behandel)dilemma’s. Waar het vaak aan schort is de warme overdracht. Daar zijn allerlei redenen voor. Denk maar aan wachtlijsten, schotten tussen de zorggroepen en agendadruk.’ De warme overdracht verloopt daardoor niet altijd soepel. ‘En juist dat is een moment waar suïcidaliteit niet gezien wordt of dat de naasten uit ons vizier raken’, zegt Engbert.

Training suïcidepreventie ‘Ik vraag me af of een verplichte training rondom suïcidepreventie het juiste middel is. Je zou ook kunnen denken aan themabijeenkomsten of minisymposia of meer vraaggerichte trainingen. Er moet binnen heel Lentis voldoende draagkracht en awareness rondom het thema suïcidepreventie ontstaan. Daarmee wordt het normaal om trainingen te volgen of om als afdeling trainers aan te leveren. Het draait te vaak om het directe patiëntencontact waar voorrang aan gegeven wordt. Terwijl suïcidepreventie zo’n belangrijk onderwerp is.’ Kun je wat meer vertellen over de trainingen en wat het betekent als je trainer suïcidepreventie wilt worden? ‘Als trainer geef je cursussen over het voorkomen en herkennen van suïcidaliteit. Dat doe je binnen de hele organisatie. Dat is natuurlijk interessant en afwisselend, je komt buiten de afdelingsgrenzen en ontmoet andere collega’s. We hebben nu negen trainers en ik wil toe naar veertien. Met meer trainers kunnen we ook weer actief naar buiten. Dan gaan we ons weer bekend maken bij scholen, WIJ-teams, de brandweer, politie en POH’s. Deze partijen, de zogenoemde gatekeepers, hebben vaak als eerste contact met mensen die hun leven willen beëindigen. En het zou zo mooi zijn als zij gerichte vragen omtrent suïcidaliteit durven en kunnen stellen. Er is een belangrijke rol voor de trainer weggelegd om deze handelingsverlegenheid weg te nemen’.

Misschien is de kern van het probleem wel om goede behandelaars op de werk­vloer aan het werk te krijgen.

Je was al trainer en nu ook coördinator suïcidepreventie. ‘Werk je in de acute psychiatrie, dan ontkom je niet aan suïcides of pogingen daartoe’, legt Engbert uit. Maar ook vanuit het ‘gatekeeper circuit’ hoor je vaak van mensen die een poging hebben gedaan: ik wist niet bij wie ik terecht kon, niemand vroeg echt hoe het met me ging. Dat is mijn drijfveer. Niet dat ik continu in het sombere leef, hoor, zeker niet. Maar suïcides zijn wel doodsoorzaak nummer 1 onder jongeren. En onder mannen van mijn leeftijd.’ Het gaat vooral om preventie. Kunnen ze ook bij jou of de trainers terecht als er wel iets gebeurt? ‘Zeker, we bieden ruimte voor nabesprekingen. En er zijn intervisies mogelijk. En nazorg, uiteraard. Want een suïcide doet ook wat met de hulpverleners. Maar voor nu vind ik het nu belangrijk dat collega’s cursussen willen gaan geven en dat medewerkers cursussen gaan volgen. Dat we daar weer meer vat op krijgen.’

Trainer suïcidepreventie worden? Ben je enthousiast geworden door Engberts verhaal, beschik je over didactische vaardigheden en kun je een boodschap helder overbrengen? Meld je dan als trainer aan bij Engbert. ‘We zetten het niet te zwaar aan, je hoeft natuurlijk geen docent te zijn. We leren je wat basisprincipes. Wél zoeken we mensen uit de zorg. Ik merk zelf dat het goed is om te reflecteren op je eigen ervaringen. De gemaakte uren die je besteedt aan suïcidepreventie worden vergoed vanuit de kostenplaats suïcidepreventie en hebben dus geen invloed op je productie. Engbert doet tevens een oproep aan de managers en teamleiders: ‘Het zou mooi zijn als zij zich nog meer bewust worden van de belangrijkheid van het onderwerp en niet in de productiemodus schieten of denken dat er te veel tijd in de trainingen gaat zitten. Binnen afdelingen heb je een aandachtfunctionaris suïcidepreventie nodig en vaak wordt dat de trainer suïcidepreventie. Je vangt dus eigenlijk twee vliegen in een klap.’

Aanmelden of meer informatie opvragen, doe je via e.krist@lentis.nl