Manon Bonninga

Poëzie

Ik ben verliefd op de nachtdienst Vrouw, wat ben je lief en zo mooi En dat om twee uur ‘s nachts Dat jij kan werken in die zooi waar overal wel iets lag Ze zei ‘sorry voor de stof’ Die zag je her en der op het bureau Haar stem zei mooi en wonder zacht: ‘Deze vuiltjes maak ik straks wel schoon’ Na één keer liefde voor de schoonmaakster Die ook mooi en wonders lacht Vond ik van de nachtdienst toch wat mooier Ondanks het accent wat zacht En na die slapeloze nachten Ik liever beneden kom dan lig Zit ik elk uur voor kantoor te wachten Tot die lieve vrouw daar weer zit.